De Belastingdienst en in het bijzonder Minister van Financiën De Jager hebben hun jacht op verborgen vermogen verhevigd. Zo zijn de afgelopen tijd met vele landen (o.a. Kaaiman eilanden, Monaco en Zwitserland) verdragen afgesloten met daarin bepalingen waarin o.a. het onderling uitwisselen van informatie wordt geregeld. Om daarenboven de druk op zwartspaarder nog verder op te voeren wordt de inkeerregeling vanaf 1 juli 2010 nog verder aangescherpt. Dat heeft De Jager dinsdagmiddag 16 februari in de Tweede Kamer bekendgemaakt.
Op grond van de zogenaamde inkeerregel (ofwel de ‘verklaring vrijwillige verbetering buitenlands vermogen’) wordt geen vergrijpboete in de sfeer van de inkomstenbelasting opgelegd aan de belastingplichtige die uiterlijk twee jaar nadat hij/zij een onjuiste of onvolledige aangifte inkomstenbelasting heeft gedaan alsnog een juiste of volledige aangifte doet, voordat hij/zij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of de onvolledigheid bekend is of bekend zal worden.
De belastingplichtige die in Nederland woont en die dus jaarlijks aangifte inkomstenbelasting moet doen voor zijn/haar vermogen wat zich waar dan ook ter wereld bevindt maar dat (gedeeltelijk) niet gedaan heeft kan, bij tijdige aanmelding bij de Nederlandse Belastingdienst gebruik maken van de inkeerregeling.
Wanneer gebruik gemaakt wordt van de inkeerregeling dan zal de belastingplichtige met een terugwerkende kracht van 12 jaar alsnog inkomstenbelasting (en vermogensbelasting voor de jaren vóór 1 januari 2001) inclusief heffingsrente moeten voldoen over het (buitenlandse) vermogen (bijvoorbeeld bankrekeningen, beleggingen, onroerend goed) waarover niet eerder in Nederland aangifte is gedaan.
Het Europese Hof van Justitie heeft in juni 2009 geoordeeld dat de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar terugwerkende kracht voor het navorderen van Nederlandse inkomstenbelasting in principe niet strijdig is met het Europese recht.
Afgelopen vrijdag 26 februari 2010 heeft de Hoge Raad der Nederlanden beslist dat deze termijn inderdaad aanvaardbaar is zolang een inspecteur van de Nederlandse Belastingdienst niet beschikt over aanwijzingen dat de belastingplichtige eigenaar is van buitenlands vermogen. Zodra de inspecteur wél beschikt over aanwijzingen dat de belastingplichtige buitenlands vermogen heeft dan is een langere navorderingstermijn (dan de 5 jaar die geldt voor vermogen dat zich binnen Nederland bevindt) slechts aanvaardbaar voor zover deze noodzakelijk is om benodigde inlichtingen te verkrijgen en om de aanslag(en) voor te bereiden en op te leggen. De inspecteur moet hierbij met een redelijke voortvarendheid handelen aldus de Hoge Raad.
Vanaf 1 januari 2010 is boetevrij inkeren niet meer mogelijk (tenzij de onjuiste aangifte binnen twee jaar wordt gecorrigeerd) Sinds 1 januari 2010 betalen belastingplichtigen die alsnog vrijwillig hun verborgen vermogen aangeven een vergrijpboete van 15% bovenop de in totaal verschuldigde belasting over het vermogen dat de afgelopen twaalf jaar in het buitenland of de afgelopen vijf jaar in het binnenland buiten het zicht van de Nederlandse Belastingdienst is gehouden.
Per 1 juli 2010 wordt deze boete verder verhoogd naar 30%. De Minister van Financiën wil hiermee de prikkel om verborgen vermogen aan te melden versterken. Hij sluit niet uit dat de boete nog verder omhooggaat.
Kiest u ervoor om uw vermogen niet aan te geven bij de Belastingdienst maar wordt u gesnapt, dan moet u naast de verschuldigde belasting over het vermogen een boete betalen van 300%. Dit percentage geldt sinds 1 juli 2009.
|
Wanneer u meer wilt weten over de inkeerregeling dan kunt u contact opnemen met uw eigen Accon AVM belastingadviseur of met Erik Jansen van het fiscaal vaktechnisch bureau van Accon AVM in Nijmegen (tel. 024-360.38.16) |
|